|
Onbewust motiveren!
Het
is niet altijd makkelijk om mensen te motiveren. Dat kan
veel energie, moeite en tijd kosten. Wat zou het handig zijn
als je ze ook op andere manieren kon motiveren. Op onbewust
niveau bijvoorbeeld...
|
|
Lees
verder
|
|
De grimlach van stewardessen
Vliegtuigpersoneel
is geïnstrueerd om altijd te blijven glimlachen. De
emotionele dissonantie die dit meebrengt kan leiden tot
burnout. Maar er zijn beschermende factoren.
|
|
Lees
verder
|
|
Broodje-aap-verhalen in de A&O-psychologie
Sommige
theorieën worden door iedereen aangehaald en klakkeloos
voor waar aangenomen. Terwijl er eigenlijk helemaal geen
empirische onderbouwing voor is. Toon Taris geeft enkele
voorbeelden van bekende theorieën die op drijfzand
gebaseerd zijn.
|
|
Lees
verder
|
|
Steun van collega's is anders dan van familie en
vrienden
Sociale
steun kan een buffer vormen ter voorkoming van burn-out.
Steun van collega's op het werk lijkt echter een andere
bescherming te bieden dan steun van vrienden en familie.
Verschillende dimensies van burn-out worden
beïnvloed.
|
|
Lees
verder
|
|
Veranderen met roze bril op
Veranderingen
in organisaties verlopen soms moeizaam. Als er veel
weerstand is kan het goed zijn om een roze bril op te zetten
en vanuit deze visie te veranderen.
|
|
Lees
verder
|
|
Wegdutten op het werk
Slaperigheid
op het werk zorgt voor verminderde productiviteit en is een
belangrijke oorzaak van ongelukken. Ook voor mensen die
gewoon van negen tot vijf werken. Wat zijn de oorzaken van
deze slaperigheid?
|
|
Lees
verder
|
|
Zijn sommige mensen gewoon sneller tevreden?
Bij
onderzoek naar werktevredenheid is traditioneel altijd
gekeken naar de invloed van de werkomstandigheden. Toch is
de persoonlijkheid van werknemers ook van belang voor hun
arbeidssatisfactie.
|
|
Lees
verder
|
|
45 jaar en uitgerangeerd
Jeugdwerkloosheid
en vervroegd met pensioen moeten gaan is niet leuk.
Maar wat als je begin veertig bent en aan de kant wordt
gezet? Over de impact van werkloosheid in de bloei van je
leven.
|
|
Lees
verder
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Vervolg Onbewust
motiveren!
Mensen
motiveren is belangrijk om ze beter te laten presteren. De
motivatie kan worden vergroot door doelen te stellen. Een
invloedrijke theorie op dit vlak is de zogeheten
goal-setting theory. Daaruit is bekend dat het
stellen van moeilijkere doelen leidt tot een betere
motivatie en betere prestaties.
Een standaard prestatietaakje is om zoveel mogelijk
gebruikswijzen te bedenken voor een voorwerp, zoals
bijvoorbeeld een klerenhanger. Een makkelijke doelstelling
zou zijn om vier gebruikswijzen te bedenken. Een moeilijke
om er twaalf te bedenken. Nu blijkt dat de moeilijke
doelstelling beter motiveert en tot betere prestaties leidt.
Bij de makkelijke doelstelling bedenken mensen minder dan
vier gebruikswijzen, bij de moeilijke bijna zes.
Daartussenin zit een conditie waarin mensen aangemoedigd
worden 'hun best te doen'. Dan blijken ze bijna vijf
gebruikswijzen te verzinnen.
Motiveren kan echter ook op een onbewuste manier. In de
sociale psychologie wordt veel onderzoek gedaan naar het
concept 'priming'. Als op een computerscherm subliminaal (te
kort om bewust waar te nemen) een woord geflitst wordt dan
blijken gerelateerde woorden automatisch geactiveerd,
getriggerd, te worden. Na het 'primen' van het woord naald
zullen mensen sneller reageren op het woord draad dan op het
woord tuinstoel. Het interessante is nu dat mensen met
behulp van priming zelfs in een bepaalde mentale toestand
gebracht kunnen worden. Bijvoorbeeld: zeer gemotiveerd met
de wil om optimaal te presteren.
Deze manier van primen gebeurt meestal op
supraliminale wijze. Dan worden de woorden wel bewust
waargenomen, maar is het doel ervan niet duidelijk. Zo
kregen proefpersonen in een Amerikaans onderzoek een
woordspelletje te doen waarin 60% van de woorden betrekking
had op prestaties (bijvoorbeeld: winnen, succes, inspanning,
bereiken, triomf). Door het puzzelen met deze woorden werden
de proefpersonen, zonder dat ze het doorhadden, in een
toestand gebracht (geprimed) waarin ze gemotiveerd waren om
goed te presteren.
Dit bleek ook uit het daaropvolgende taakje waarbij ze weer
zoveel mogelijk gebruikswijzen voor een kleerhanger moesten
bedenken: proefpersonen die geprimed waren kwamen tot meer
oplossingen dan degenen die niet geprimed waren. Bovendien
bleek er een interactie-effect te zijn. Mensen die geprimed
waren en een moeilijke doelstelling kregen (12
gebruikswijzen bedenken) kwamen tot de beste prestaties van
allemaal (zeven gebruikswijzen).
Het onderzoek naar priming en motivatie staat nog in de
kinderschoenen, zo melden de onderzoekers, maar als priming
in meerdere situaties echt blijkt te werken bij het
motiveren van mensen dan biedt dat natuurlijk ongekende
mogelijkheden. Het kan echter zelfs ethische kwesties
opwerpen als blijkt dat mensen gemanipuleerd worden zonder
dat zij het doorhebben. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen
hoe veelbelovend dit onderzoeksterrein is.
A.D. Stajkovic, E.A. Locke & E.S. Blair, A first
examination of the relationships between primed subconscious
goals, assigned conscious goals and task performance.
Journal of Applied Psychology, 2006, Vol. 91, p.
1172-1180.
|
|
Terug
|
|
Vervolg De
grimlach van stewardessen
Omgaan
met mensen is emotioneel zwaar. Daarom raken veel mensen die
'werken met mensen' burn-out. Ziekenhuispersoneel en leraren
zijn daar goede voorbeelden van. Stewardessen en stewards
hebben ook een lastig beroep: ze hebben vaak te maken met
lastige klanten die zich in de lucht veeleisend of agressief
gedragen. Drankmisbruik en angst spelen meestal een rol.
Toch moet vliegtuigpersoneel altijd beleefd en beheerst
blijven. Dat is nou eenmaal het beleid van
luchtvaartmaatschappijen.
Dat zo'n rustige, vriendelijke houding niet altijd makkelijk
op te brengen is valt in te denken. Soms zouden stewardessen
en stewards natuurlijk het liefst een vervelende reiziger
van repliek dienen, maar de eeuwige glimlach blijft altijd
op hun gezicht. Lachen naar een klant, maar inwendig koken
van woede is een typisch voorbeeld van emotionele
dissonantie: je gedraagt je anders dan je je voelt.
Uit onderzoek blijkt nu dat juist deze emotionele
dissonantie bij emotioneel zwaar werk leidt tot uitputting
en een verminderde betrokkenheid. Niet alleen de belasting
van het werk telt dus, maar ook het feit dat mensen zich
niet vrijelijk kunnen uiten: er bestaat een discrepantie
tussen wat vliegtuigpersoneel daadwerkelijk voelt en hoe ze
zich moeten uiten.
Persoonlijke doeltreffendheid (vertrouwen in de eigen
bekwaamheid op het werk) biedt bescherming tegen enkele
negatieve effecten van emotionele dissonantie. Doordat
mensen het idee hebben dat ze goed zijn in hun werk kunnen
ze op moeilijke momenten ook beter met stress omgaan.
Hierdoor blijven ze meer betrokken en bevlogen dan
collega's. Op uitputting heeft deze persoonlijke
doeltreffendheid echter geen directe invloed.
E. Heuven, A.B. Bakker, W.B. Schaufeli & N. Huisman.
The role of self-efficacy in performing emotion work.
Journal of Vocational Behavior, 2006, Vol. 69, p.
222-235.
|
|
Terug
|
|
Vervolg Broodje-aap-verhalen
in de A&O-psychologie
Sommige
modellen zijn zo aansprekend dat we soms vergeten om te
kijken of ze wel door feiten gestaafd zijn. Een theorie moet
altijd getoetst worden aan de werkelijkheid. Hypothesen door
empirisch onderzoek bevestigd. En als na vele studies
feitelijke ondersteuning nog ontbreekt dan is de theorie
blijkbaar niet deugdelijk en dient die verworpen te worden.
Toch gaat dit wel eens anders. Een voorbeeld.
Het model van Karasek over taakeisen en regelmogelijkheden
(controle) stelt dat naarmate de taakeisen groter worden de
werkstress toeneemt. En dat als de regelmogelijkheden
afnemen de werkstress ook groter wordt. Twee beweringen die
door jarenlang onderzoek onderbouwd zijn.
Een belangrijke hypothese van Karaseks theorie die echter
nooit is bevestigd, is dat er een interactie-effect
bestaat tussen taakeisen en regelmogelijkheden. Als de
taakeisen hoog zijn en de regelmogelijkheden laag dan zou de
werkstress extra groot worden. Vijfentwintig jaar
onderzoek heeft deze bewering eigenlijk alleen maar
weerlegd: 90% van de studies heeft dit interactie-effect
nooit gevonden.
Als er zo weinig bewijs voor is dan zou dit deel van de
theorie naar de prullenbak verwezen moeten worden, zou je
zeggen. Maar de echo van de oorspronkelijke publicatie reikt
blijkbaar nog ver. Andere veel aangehaalde theorieën
waar weinig bewijs voor is, zijn het Hawthorne-effect (niet
de specifieke interventie werkt, maar alleen de aandacht die
werknemers krijgen) en de curvilineaire effecten van
taakeisen, controle en sociale steun op het welbevinden op
het werk (te weinig en te veel van drie genoemde factoren
zou niet goed zijn voor het welzijn). Beide zijn
aansprekende modellen waar echter weinig feitelijke steun
voor is gevonden.
Om deze broodje-aap-verhalen van de A&O-psychologie te
laten uitdoven is het volgens Taris noodzakelijk dat er
kritischer gekeken wordt naar publicaties en dat er meer
discussie is over onderzoek. Dit komt de kwaliteit van de
theorieën ten goede en zorgt ervoor dat er niet nog
meer, zinloos, onderzoek wordt gedaan naar theorieën
die allang onderuitgehaald zijn.
T.W. Taris, Bricks without clay: on urban myths in
occupational health psychology. Work & Stress, 2006,
Vol. 20, p. 99-104.
|
|
Terug
|
|
Vervolg
Steun
van collega's is anders dan van familie en
vrienden
Burn-out
is een veelvoorkomend verschijnsel tegenwoordig. Het
ontstaat door spanning die het gevolg is van langdurige
werkstress. De voornaamste klachten zijn emotionele
uitputting, depersonalisatie (cynische houding ten opzichte
van het werk) en verminderde persoonlijke bekwaamheid
(gevoel niet meer goed te zijn in het werk).
Sociale steun is een van de beschermende factoren tegen
burn-out. Als de tank bijna leeg is en iemand opgebrand
dreigt te raken dan kan steun van collega's, familie en
vrienden helpen. De tank wordt bijgevuld (of op peil
gehouden) door goede raad, hulp en een luisterend oor.
Uit een meta-onderzoek blijkt nu dat steun van
collega's vooral helpt om emotionele uitputting te
voorkomen. Emotionele uitputting vloeit voornamelijk voort
uit te hoge taakeisen en werkdruk. Juist door hulp en steun
van collega's wordt het werk zelf minder
belastend.
Steun van familie en vrienden helpt beter tegen de
burn-out-dimensies depersonalisatie en verminderde
persoonlijke bekwaamheid. Complimenten en bemoedigende
woorden van familie en vrienden zorgen ervoor dat het gevoel
van eigenwaarde op peil blijft en dat mensen zich minder
snel terugtrekken uit of afkeren van de werksituatie.
Familie en vrienden geven dus meer emotionele steun, terwijl
collega's meer instrumentele, werkgerelateerde steun bieden.
Beide vormen zijn van belang ter voorkoming van burn-out.
Uit ander onderzoek blijkt overigens dat vrouwen meer
behoefte hebben aan emotionele en mannen meer aan
instrumentele steun.
J.R.B. Halbesleben, Sources of social support and
burnout: a meta-analytic test of the conservation of
resources model. Journal of Applied Psychology, 2006, Vol.
91, p. 1134-1145.
|
|
Terug
|
|
Vervolg
Veranderen
met roze bril op
Verandertrajecten
in organisaties worden vaak ingezet omdat er problemen zijn.
Om deze problemen te verhelpen moet de structuur over de
kop, moet er efficiënter of anders gewerkt worden,
moeten leiderschapsstijlen aangepast worden enzovoort. Een
negatieve insteek bepaalt in feite de zoektocht naar
oplossingen - en dit leidt vaak tot het vinden van nog meer
problemen. Als ook nog eens de nadruk wordt gelegd op de
zwakke punten van werknemers dan kan dit leiden tot
weerstand.
Een heel andere visie op veranderen is om het
positieve als uitgangspunt te nemen. Om juist uit te
gaan van de kracht van de organisatie. Deze benadering heet
Appreciative Inquiry, ofwel: waarderend onderzoeken,
en bestaat uit vier stappen.
- Ontdekken
waar de krachten zitten
Wat waren de successen, de piekmomenten de afgelopen
tijd in de organisatie? Wanneer had je echt plezier in je
werk en was je trots op de organisatie?
- Verbeelden
van een gewenste toekomst
Probeer je voor te stellen hoe de organisatie zou
kunnen zijn over een jaar. Wat is er allemaal mogelijk,
wat zijn je dromen? Uitgangspunt hierbij zijn de
positieve verhalen uit de eerste fase.
- Ontwerpen
hoe het zal zijn
Waarmee zou je aan de slag willen om de gewenste
toekomst mogelijk te maken? In deze fase wordt een
uitdagende visie omgezet in een concreet
ontwerp.
- Creëren
van de toekomst
Hoe kunnen de plannen omgezet worden in concrete
acties? Wie doet wat? Dit is de fase van de praktische
toepassingen.
Het mooie
van het proces van waarderend onderzoeken is dat, door de
nadruk op de positieve kanten, mensen snel enthousiast
worden en ook echt zin krijgen om mee te helpen aan de
veranderingen. Er komt veel positieve energie los.
L. Dewulf & L. Verheijen, Een
organisatieveranderingsproject op basis van een waarderende
benadering. M&O, 2006, Vol. 60, p. 142-161.
|
|
Terug
|
|
Vervolg
Wegdutten
op het werk
Er is
veel onderzoek gedaan naar de slaperigheid van mensen die
nachtdiensten of wisselende diensten draaien. Maar ook
mensen die gewoon van negen tot vijf werken zitten wel eens
te suffen op hun werk. En zeventig procent van de werkende
bevolking heeft normale werktijden, dus lijkt het
interessant om ook iets te weten van hun slaapgewoonten en
slaperigheid op het werk.
Uit Japans onderzoek bij twee grote bedrijven blijkt dat
tussen de 11 en 17% van de werknemers vaak slaperig is op
zijn werk. Oorzaken voor de slaperigheid waren zowel binnen
als buiten het werk gelegen. Hoge werkdruk was een van de
factoren, maar ook simpelweg te kort slapen door de week was
een oorzaak. Met name jongere werknemers en vrijgezellen
maakten zich hier schuldig aan.
Opvallend was dat zo'n dertig procent van de ondervraagde
Japanse werknemers in deze studie depressieve symptomen
vertoonde. En verder kwam de Japanse arbeidsethos duidelijk
naar voren: mensen waren maar liefst 11 uur per dag op het
bedrijf aanwezig. Dan is het ook niet zo erg als ze af en
toe tien minuten zitten te suffen...
K. Fukasawa et al. Perceived sleepiness of non-shift
working men in two different types of work organizations.
Journal of Occupational Health, 2006, Vol. 48, p.
230-238.
|
|
Terug
|
|
Vervolg
Zijn
sommige mensen gewoon sneller
tevreden?
Werktevredenheid
hangt af van werkstress en de aard van het werk. Maar ook
persoonlijke factoren spelen een rol, zo wordt de laatste
tijd steeds duidelijker. Een van die factoren is de
positieve affectiviteit (PA) of negatieve affectiviteit (NA)
die iemand heeft. Dit is de tendens om meestal positieve dan
wel negatieve gevoelens te ervaren bij gebeurtenissen (of
voorwerpen). Deze PA en NA zijn vrij stabiel over langere
tijd en op meerdere gebieden. De affectiviteit geeft dus
eigenlijk aan of iemand positief of negatief in het leven
staat, een roze bril draagt of een zwartkijker is.
Uit een vijf jaar durend onderzoek komt nu naar voren dat
affectiviteit (PA en NA) een vrij grote samenhang vertoont
met arbeidstevredenheid. En deze affectiviteit houdt
bovendien een redelijk sterk verband met
carrièretevredenheid en betrokkenheid bij de
organisatie.
De arbeidstevredenheid van mensen met een positieve
affectiviteit wordt na verloop van tijd vaak iets groter,
terwijl de satisfactie van mensen met een negatieve
affectiviteit kan afnemen over de jaren. De affectiviteit
lijkt mede de richting te kunnen bepalen van een eventuele
verandering in tevredenheid met het werk (naast
werkgerelateerde factoren).
Dit zit zo: positieve mensen letten meer op positieve
gebeurtenissen en roepen over het algemeen meer positieve
reacties op bij collega's. Hierdoor worden ze gestimuleerd
in hun werk en zijn ze ook tevredener. Bij negatieve mensen
werkt dit mechanisme net de andere kant op.
Dit alles mag echter niet tot de conclusie leiden dat alleen
persoonsgebonden factoren een rol spelen bij
arbeidstevredenheid en dat het geen zin heeft om de
arbeidsomstandigheden aan te passen om de satisfactie te
vergroten. Dat is niet zo. Werkdruk en -tempo en de aard en
inrichting van de werkzaamheden hebben natuurlijk wel
degelijk invloed op de arbeidstevredenheid. En het loont de
moeite om de omstandigheden te verbeteren opdat werknemers
tevredener zijn met hun werk. Want dan zijn ze ook meer
betrokken bij de organisatie.
N.A. Bowling, T.A. Beehr & L.R. Lepisto, Beyond job
satisfaction: a five year prospective analysis of the
dispositional approach to work attitudes. Journal of
Vocational Behavior, 2006, Vol. 69, p.
315-330.
|
|
Terug
|
|
Vervolg 45
jaar en uitgerangeerd
In
Australië is de 'gezonde levensverwachting' (zonder
ernstige kwalen) van mensen 75 jaar. En gemiddeld gaan
mensen daar rond hun vijfenvijftigste met pensioen. Nog
twintig mooie jaren voor de boeg dus. Als je echter 45 bent
en je wordt ontslagen dan is het verhaal heel anders. Van de
mensen tussen de 45 en 54 is 39% niet in staat een (nieuwe)
baan te vinden.
Daar zit je dan: in de kracht van je leven, maar zonder
werk. En nog dertig jaar in het vooruitzicht - misschien wel
de rest van je leven werkloos. Financieel is dat zwaar
(uitkering en weinig pensioen), maar vooral emotioneel
natuurlijk.
Australische onderzoekers tekenden de verhalen op van
veertigers die ontslagen waren en geen nieuwe baan vonden
(ze waren gemiddeld al zo'n twee tot vijf jaar werkloos).
Terugkerende thema's waren:
- Geen
zelfwaardering meer. Door de afwijzingen bij
sollicitaties en de steeds pijnlijker wordende vraag 'Wat
doe je voor de kost?' neemt het zelfvertrouwen en
zelfrespect van mensen danig af. Zonder werk geven ze een
deel van hun identiteit prijs.
- Kwaliteit
van het leven gaat achteruit. Mensen hebben weinig geld
om leuke dingen te doen. Ze kunnen niet zo maar even
nieuwe kleren kopen of mee uit eten gaan met vrienden. En
sommige vrienden verbreken zelfs het contact.
- Horizon
versmalt. De mogelijkheden verschralen. Die wereldreis na
het pensioen zit er niet meer in. Een nieuwe keuken is
uitgesloten. Genieten van het leven na een vruchtbaar
werkend bestaan is er niet meer bij.
- Talenten
worden vergooid. Mensen zijn in de bloei van hun leven,
maar kunnen niet meer bijdragen aan de maatschappij en
kunnen niet meer doen waar ze goed in zijn.
- Schuldig
voelen ten opzichte van kinderen. Mensen kunnen hun
kinderen (financieel) niet meer alles bieden wat ze
willen. Hebben het gevoel geen goede ouder te
zijn.
- Zorgen
over de toekomst. Het schrikbeeld is dat ze nooit meer
een baan zullen vinden, terwijl ze pas begin veertig
zijn.
De kans
bestaat dat mensen na een aantal jaren werkloosheid
verbitterd raken en de moed opgeven dat ze ooit nog aan het
werk komen. Een voordeel is echter dat door de toenemende
vergrijzing de werkloosheid op middelbare leeftijd zal
afnemen de komende jaren.
R. Ranzijn, E. Carson, A.H. Winefield & D. Price, On
the scrap-heap at 45: the human impact of mature-aged
unemployement. Journal of Occupational and Organizational
Psychology, 2006, Vol.
|
|
Terug
|
|
|
|
|
|
Colofon
Redactie
A&O-vakliteratuur
MC
Tekst
Voor
wetenschapsjournalistiek, eindredactie en
internetproducties
Van Wassenaerstraat 5a
9726 HN Groningen
T: 06 - 47 380 187
E: m.conradi@home.nl
W: MC
Tekst
Simone Knijff
Sectorsecretaris Arbeid & Organisatie
Postbus 9921
1006 AP Amsterdam
T: 020-4106241
E: sectorao@psynip.nl
|
|
Terug
|
|
CONTACT
Simone
Knijff
Sectorsecretaris Arbeid & Organisatie
Postbus 9921
1006 AP Amsterdam
T: 020-4106241
E: sectorao@psynip.nl
|
|
Terug
|